Oetelpedia zandbak

Uit Oetelpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Poffers

Even voorstellen




Mogen wij ons even voortstellen; Wij zijn De Poffers een club enthousiaste muzikanten met een gezellige “aanhang”.
Onze oprichtingsdatum is 5 februari 1970, afgelopen carnaval bestonden we dus 44 jaar, een hele respectabele leeftijd.

Naast uiteraard het jaarlijkse carnaval is één van onze doelstellingen het goed voor de dag komen op het Oeteldonkse kwèkfestijn.
Met grote successen in het verre en nabije verleden toch een club die bij vele een belletje doet rinkelen.

Naast het samen muziek maken hebben wij de onderlinge gezelligheid hoog in het vaandel staan.
Dit maakt immers de sfeer en dat is waar het uiteindelijk om gaat.

Ons repertoire bestaat grotendeels uit de echte onvervalste Oeteldonkse krakers aangevuld met liedjes waarvan wij denken dat de mensen deze waarderen.

Wij hopen dat graag een keer aan u te laten horen. ........tot ziens !!

Het ontstaan van “De Poffers”

Het ontstaan van onze vereniging vloeit voort uit de vaste klanten van toemalige cafébar

“t Tunneke”in de Ridderstraat.

De kastelein (Gerrit Stolzenbach), Wim van Dongen en Tommy Somers, kwamen op het idee om met deze mensen met carnaval naar buiten te treden, dus met een carnavalsclub. Nu….het idee was geboren, nu de uitwerking nog. Er werd een oprichtingsvergadering bij elkaar geroepen op zondagmiddag. Op deze vergadering zou dan een bestuur en de naam van de vereniging gekozen worden. Het kiezen van het bestuur was geen probleem, maar de naam, dat was wat ! Over en weer werden er leuke namen bedacht, maar de geen van allen vonden we ze echt bij ons passen. Toen kwam de kastelein op het idee ons de naam toe te meten van wat wij allen wel eens waren bij hem…Poffers ! De naam was geboren.

We hadden nu dus een naam en een bestuur. Dit eerste bestuur bestond uit Tommy Somers voorzitter),Jan Scheepens (secretaris), Wim Vonk (penningmeester), Wim van Dongen (bestuurslid). De nieuwbakken voorzitter nam gelijk de koe bij de horens….kleding ? Na wikken en wegen werd besloten toch voor de aloude boerenkiel te kiezen, omdat dit nou eenmaal het best bij Oeteldonk past. Maar wat kost zoiets ? en waar halen we het geld vandaan ? Een snel rekensommetje leerde ons dat we dit met contributie alleen niet gingen redden en we gingen dus op zoek naar andere geldbronnen. Deze geldbron werd gevonden door de verkoop van club emblemen, het idee sloeg aan de emblemen werden bij de vleet verkocht) en traditie was geboren, nog vele jaren werden ieder jaar deze emblemen met ieder jaar een nieuw ontwerp) verkocht.

Nu terug naar de boerenkielen; Deze werden door Mevr. Van Dongen-v.Immese, de moeder van een van onze leden, gemaakt. De stof kwam via de vader van Ad Boelens (die een zaak in dergelijke artikelen bezat). Het werd een bordeaux rode kiel met ecru witte letters achterop, met daaronder een door Ton Boelens ontworpen vignet. De première van de kielen was op de bruiloft van ons erelid Hans de Groot.

De volgende traditie die ontstond was het leegdrinken van een laars bier. Dit werd toegepast telkens als er een nieuw lid werd aangenomen. Op de eerste ledenvergadering waarbij een nieuw lid aanwezig was, ging de laars rond en hij werd dusdanig doorgegeven dat het nieuwe lid de voet moest leegdrinken en hij zodoende meteen gezegend was.

Muziek maken ! en het Kwekfestijn

Het idee om muziek te gaan maken is afkomstig uit de tijd dat onze vereniging enkele jaren bestond en er buiten “het op stap gaan”geen binding was. Men zag wel aankomen, dat als er binnen korte termijn geen alternatief werd gevonden, de verse vereniging geen lang leven beschoren was. Het idee om muziek te gaan maken leek de leden wel wat, want we waren tenslotte een carnavalsvereniging. Maar muziek maken komt niet neer op het kopen van muziekinstrumenten alleen, hier kwamen enkele leden dus ook snel achter. Wat moesten ze met dat apparaat ?

Hier moest dus een oplossing voor komen. Van alle leden was er één die eens een blauwe maandag bazuin had geblazen bij een drumband, deze persoon werd onmiddelijk gebombardeerd tot muzikaal leider, simpelweg omdat hij de enige was die enkele muzieknoten kon lezen. Dit loste het probleem voor de andere natuurlijk niet op. Na enig navragen, bij mensen die in de muziekwereld van Oeteldonk bekend waren, werd ons de naam genoemd van de heer W. Doomernik.

Na enige gesprekken werd deze bereid gevonden om de “muzikanten” wegwijs te maken op de notenbalk en al wat daar mee samenhing. Dit impliceerde dat begonnen moest worden met het leren van de notenbalk.

Dit alles speelde zich a rond september/oktober 1974.​

In een van de weekenden in die tijd kwamen enkele leden in contact met Piet Panis, het gesprek kwam op het muziek maken van Poffers die daar entousiast over waren en dat er vrij redelijke vorderingen gemaakt werden.

Prompt de dinsdag daarna, verscheen Piet panis op de wekelijkse repetitie met bij zich een nummer voor het kwèkfestijn in november. “Of De Poffers dit maar even wilde begeleiden” Iedereen barstte uiteraard in lachen uit, want met die anderhalve toonladder die we hadden geleerd, kon geen lied worden gespeeld. Maar Piet panis stond daar met tekst, arrangement en zangers. Na enig heen en weer gepraat en overleg met Wim Doomernik, werd besloten om onszelf in te schrijven voor het kwèkfestijn. De eerste muzikale activiteit stond op stapel.

In het, door Tinie Vogels geschreven arrangement, werden boven de noten de nummers van de ventielen geplaatst en zo kwamen we op het juiste spoor. Op de loting van het Kwèkfestijn, welke dat jaar in de Brabanthallen werd gehouden vanwege de nieuwbouw van het Casino, knalden wij als nummer vijf, in de volgorde van opkomst, uit de varkensblaas. We hoefden dus gelukkig niet als eerste het podium op.

Op de dag van het Kwèkfestijn was het al vroeg verzamelen in de Meierijsche Kar, waar nog éénmaal gerepeteerd werd. Toen op naar de Brabanthallen, met het liedje “De snebbel van ons Mien”.

De eerste prijs was voor Piep en Blaoslust, maar hierom werd niet getreurd, het eerste optreden was ons goed bevallen. Na het tellen van de punten viel een twinstigste plaats ons ten deel, hetgeen in de sfeer van heden niet slecht zou zijn, maar in 1974 waren er slechts 20 deelnemers. Al met al een geslaagde dag om nooit te vergeten.​

Na dit festijn werd er nog meer aandacht en tijd besteed aan het leren van muziek maken, nu we de smaak te pakken hadden wilde we ook met carnaval muziek gaan maken. Carnaval 1975 stond voor de deur, dus ook het vijfjarig bestaan. Dit eerste lustrum werd intern in de vereniging gevierd. Op dit feest werd door De Poffers muziek gemaakt, en wel drie nummers ! Dit zouden ook de nummers zijn die met carnaval gespeeld zouden worden. Dit waren “Zak ‘s lekker door”, "Worstjes op m’n borstjes" en “Potpouri Botterbloem/Carmen”.

Dit bleek voldoende om in een café een stukje muziek te maken en weer te vertrekken. Zo werden, met deze drie liedjes, vele café’s op een dag aangedaan en niemand bemerkte dat we maar drie liedjes konden spelen.

Door de vele repetitie’s en strenge leiding van Wim Doomernik werden goede vorderingen gemaakt. Dit resulteerde erin dat we vanaf deze tijd ook zelfstandig mee konden doen aan de collecte voor de Nierstichting en hoefden we dus niet meer als collectanten met een spelende vereniging mee.

Na enkele jaren begon toch weer de gedachte aan deelname aan het kwèkfestijn te spelen en werd gevraagd of Wim Doomernik een nummer voor ons kon schrijven. In 1978 deden we dus weer mee (ditmaal in het Casino) aan het kwèkfestijn. Ditmaal met het lied “Ja in Den Bosch”. We bereikte een zesendertigste plaats in een deelnemersveld van zesenveertig, de stijgende lijn zat er in ! Dit nummer werd in samenwerking met het “Hart van Brabant” op plaat gezet, een zogenaamde “loonpersing”. Dit was natuurlijk helemaal een belevenis, de meeste hadden nog nooit een opname studio van binnen gezien.


Naast het muziek maken bleven we natuurlijk nog steeds een vriendenclub en maakten naast het muziek maken ook regelmatig uitstapjes. Eén van die uitstapjes was een 4-daags bezoek aan de Fête du Houblon (de hopfeesten) in Hagenau Frankrijk. We hebben daar in september 1979 vier fantastische dagen gehad. We traden op in een show, liepen mee in een “bloemencorso achtige” optocht en deden diverse optredens in allerlei feesthallen. Een trip om nooit te vergeten !


Eind jaren 70 werd bijna aan alle evenementen van Oeteldonk medewerking verleend. Doch bleef toch het kwèkfestijn de grootste aantrekkingskracht hebben.In 1979 werd hiervoor weer ingeschreven met het met het lied “Ge kunt er niks aan doen”. Het bereiken van een finaleplaats hiermee sloeg in als een bom ! Dat ’s avonds in de finale ook nog eens een tweede plaats achter de Spanjolen werd behaald maakte het succes compleet. Ook verscheen “Ge kunt er niks aan doen” op de L.P. welke werd uitgebracht door de “Federatie van Carnavalsverenigingen” Door het behalen van deze tweede plaats en de naamsbekendheid die dit met zich meebracht, volgden enkele uitnodigingen voor het maken van muziek, o.a. deelname aan het koffieconcert van de Heineken Fanfare en muzikale opluistering van de Europacup basketbalwedstrijd Nashua – Real Madrid.


De Poffers op TV

De tweede plaats van 1979 werd in 1980 gecontinueerd met het liedje “Zeg witte gij met Carnaval”. Met slechts enige punten verschil legde de “Postkwakers” beslag op de eerste plaats met lied “Dun Hemel op aarde”. Dit alles in het jaar dat Oeteldonk haar 99e verjaardag vierde. Deze tweede plaats gaf ons het recht om in samenwerking met de Postkwakers een single uit te brengen. Deze single was dusdanig goed van kwaliteit dat ons nummer werd overgenomen op de carnavalselpee van de firma Phonogram welke landelijk werd uitgebracht. Door deze ontwikkeling kregen wij in dat jaar twee uitnodigingen om te verschijnen in het programma “Op volle toeren” van Tros Televisie.


De enige, tot nu toe gevonden, overgebleven beelden van de Poffers in dat programma zijn te zien op onze website (videopagina). In het filmpje van André van Duin “Paard in de gang" zijn ook de Poffers vertegenwoordigd. Mede door het jubileum van Oeteldonk was het een zeer drukke tijd. Bij uitnodigingen om te komen spelen waren o.a. de opluistering van het bal na het Oetelconcert, deelname aan het "Nationaal Kwèkfestijn" welke in het kader van het 99 jarig bestaan van Oeteldonk werd georganiseerd. Ook hier weer de uitslag Postkwaker 1, de Poffers 2.


Direct na de jaarwisseling werd aan ons gevraagd of we onze medewerking wilde verlenen aan de viering van het 75 jarig bestaan van voetbalvereniging BVV en wel in de vorm van een revue-orkest. Ja…? “Wat moesten we hier op antwoorden” ? Na overleg met Wim Doomernik en regisseuse Marijke Göskens werd tenslotte toch ja gezegd op dit aanbod. Een periode van negen maanden repeteren en herschrijven was erg zwaar voor alle betrokkenen. Na een generale repetitie, waar nog enkele schoonheidsfoutjes werden weggewerkt, kon in oktober het spektakel beginnen. In een reeks van 4 voorstellingen kwam de gehele vereniging aan bod en daarbij ook alle genodigden. Hierop terugblikkend kan gesteld worden dat dit het grootste muzikale evenement is geweest uit ons bestaan. De BVV revue !

Echter door deze beslommeringen was de voorbereiding voor het Kwèkfestijn een beetje op de achtergrond geraakt. De dames hadden in samenwerking met Pierre Berende (inmiddels onze vaste zanger) toch weer een leuk idee ontworpen en een leuk dansje op het door Wim Doomernik geschreven nummer “Hedde gij veur mijn un kieltje” ? Het wordt nu misschien wel saai, maar wederom werd het een tweede plaats, nu achter de Spanjolen met hun lied “'t overkomt me eens per jaor”.

Mede door het succes van het voorafgaande jaar werd de single wederom op de Phonogram L.P. geplaatst. Dit resulteerde wederom in een uitnodiging in “Op volle toeren” en dit keer ook bij het radioprogramma Los-Vast van de N.C.R.V. De inmiddels verworven naamsbekendheid resulteerde in uitnodigingen van muzikale evenementen door het gehele land. De leukste was wel het verzoek van de “Verenigde Cement Industrie” om de, door hen gesponsorde, solo zeiltocht rond de wereld van Teun v.d. Lucht met muziek te begeleiden gedurende de laatste kilometers tot de haven in Zierikzee.

In 1982 deden we op het Kwèkfestijn mee met het lied “Ik heb mun zurrege thuisgeloate”. Na drie tweede plaatsen werd nu een verdienstelijke derde plaats behaald. Aangezien in die tijd slechts de nummers 1 en 2 een single uit mochten brengen werd besloten om in samenwerking met “De Dreuglôpers” in eigen beheer een single uit te brengen. Deze had in vergelijking met de successen in de voorgaande jaren niet het landelijke succes dan de vorige, maar werd in Oeteldonk veel gedraaid.

In 1983, het jaar van het 25e Kwèkfestijn werd wederom, met een niet aflatende hoop ooit eens te winnen, wederom een derde plaats behaald. Dit keer met het lied “Gaode van ’t jaor mee op sjouw” Dit resulteerde echter wel voor het in die tijd unieke feit van 5 finaleplaatsen op rij. Dit keer gaf deze 3e plaats wel het recht op een L.P. te verschijnen, dit jaar verscheen de L.P. “De Beste 11 van het Kwèkfestijn1983 “

De successen van deze eerste jaren hebben wij helaas niet voort kunnen zetten in 1984 werden we “slechts” 20e met het nummer “Kom in mun ermen” de jaren hierna waren de successen minder en moesten we 24 jaar (!) wachten alvorens we weer een prijs in de wacht sleepten. In 2008 behaalde we achtereenvolgens “De Theater a/d Parade Prijs” en de “Presentatieprijs” met het lied “Vuulde gij oew hartje” ?

Naast het verminderde succes werd ook het leden aantal van lieverlee minder. Leden kregen andere interesses, gezinssituaties veranderde, of men had gewoon geen zin meer. Resultaat was dat het muziek maken steeds moeilijker werd.


== Fusie en weer alenig ! ==


In 1992, tijdens de feestelijkheden van het 110 jarig bestaan van Oeteldonk kwamen enkele leden in contact met een club die in dezelfde situatie zat. Het betrof “Dès krek wè’k wou.

Het klikte en zo werd besloten tot een fusie. In 1992 werd de nieuwe naam “De Poffers dès Krèk wè ’k wou”. We hadden hierdoor weer een behoorlijke bezetting en deze fusie gaf ons tijdelijk nieuwe energie. Want zoals bij veel verenigingen viel ook bij ons, met of zonder reden, het ene na het andere lid af. In 2004 bleek er uiteindelijk nog maar één persoon (Gerard Ender) van “Krèk we ’k wou” actief en werd, met goedkeuring van Gerard, besloten de oorspronkelijke naam weer aan te nemen en zijn we vanaf 2004 weer gewoon de Poffers.

Ondanks het feit dat we ieder jaar weer ons beste beentje voortzette, bleven de successen op het Kwèkfestijn uit hoogst behaalde plaats was in 1998 nummer 21 met het lied “Ut is veurbij”) en bekroop ons steeds meer het gevoel dat we met een beperkte bezetting niets konden uitrichtten tegen het geweld van de grotere verenigingen en besloten in 2005 om pas weer deel te nemen als de bezetting weer op orde zou zijn. Vanwege dit feit ook geen deelnames in 2006 en 2007.

Marcèl van Zwam uitbater van inmiddels onze vaste kroeg Feestcafé Lalalaa had al eens vaker gekscherend gezegd “Ik zal ’s keer met jullie meedoen” , maar wij hadden nog steeds het gevoel dat we te weinig zouden brengen. Marcél had hier echter iets op gevonden.

Hij had het lumineuze idee om alleen het podium op te gaan en dat de Poffers verspreid in de pleinzaal zouden staan. ”Toch maar eens gaan praten”dacht onze liedjesschrijver Henk Hilgerdenaar en aldus geschiedde. Marcél had het idee om alléén het podium op te gaan en daar uit te leggen wat nu precies Oeteldonkse muziek is, Henk vond dit een prachtig idee en ging aan de slag. Een paar dagen later was zowel tekst als de muziek gereed om voor te leggen aan Marcél.

In het lied worden achtereenvolgens de bas, slagwerk, saxofoon en bariton, “de schuif ”, de trompetten en onze eigen stem gekoppeld aan de functie in een Oeteldonks lied. Zowel de melodie als de tekst van het Refrein waren zeer simpel gehouden (slechts 4 regels) omdat het wel de bedoeling was dat iedereen meedeed. Marcél was direct enthousiast en zo werd besloten dat dit onze inzending van 2008 werd. Wel moesten we haast maken met het arrangement, we zaten immers in de laatste week voor de inschrijvingsdatum. Onze vaste arrangeur Derrick van de Krabben had eigenlijk geen tijd maar 4 regeltjes moest te doen zijn. Samen met Henk werd in een kwartiertje de muziek op papier gezet en een uur later was het volledige arrangement klaar.

De verbazing was dan ook groot toen Henk met het lied op de eerstvolgende repetitie verscheen. Maar 4 regels ? Wij niet het podium op ? Henk stelde ons gerust “Het zou allemaal goed komen”.

En dat kwam het ! Vanaf het begin had Marcél de pleinzaal te pakken en sloeg het nummer aan. Door de door Marcèl ingeroepen hulp van muzikanten van c.v. Veni Vidi Vici en Astrant werd het een kakelfonie aan geluid, de muziek kwam werkelijk uit alle hoeken met als spectaculair hoogtepunt de trompetten vanaf de balkons. Het nummer bleek zo aanstekelijk dat het nog minuten lang na ijlde, ver nadat Marcél het podium al had verlaten.

Met “Vuulde gij oew hartje”? behaalden we zowel de Theater a/d Parade prijs als de Presentatie prijs. Dat laatste leidde ook voor het eerst in 24 jaar weer tot een CD opname.

Zoals ook na de eerste Kwèkfestijn successen in de jaren tachtig volgden nu ook weer allerlei verzoeken tot optredens. De mooiste daarvan waren een optreden bij het carnavalsconcert van de “Heineken fanfare” en de Veurpruuver bij de “Kruskes”. Vanwege treurige familieomstandigheden kon Marcél hier echter niet bij zijn en werd besloten dat de schrijver het deze dag maar zelf moest doen. Erg zenuwachtig natuurlijk, want op deze manier Marcél vervangen is niet simpel. De zenuwen bleken niet nodig, ook nu ging het weer fantastisch en ging vooral bij het optreden bij de Krukskes het dak er af ! ​

Anno 2015 zijn we nog springlevend en hebben we ontzettend veel lol met elkaar !