Vuilikenzondag

Uit Oetelpedia
Versie door HansH (overleg | bijdragen) op 29 okt 2009 om 22:31 (Nieuwe pagina: Category:Evenementen Carnavalszondag is tegenwoordig met de mis in de Sint-Jan, de overdracht van de ambtsketen op het bordes van het Stadhuis door de burgemeester van 's-Hertogen...)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Carnavalszondag is tegenwoordig met de mis in de Sint-Jan, de overdracht van de ambtsketen op het bordes van het Stadhuis door de burgemeester van 's-Hertogenbosch aan zijn collega van Oeteldonk, de onthulling van Knillis waarmee carnaval een officiële start krijgt, de Toespraak van Z.K.H en de Aonspraok van Oeteldonks eerste burger in het Tejater der Amadeiro’s, een volwaardige carnavalsdag. Dat was in het begin van de vorige eeuw duidelijk anders. Als gevolg van een Algemene Politie Verordening was het zelfs verboden om op zondag vóór vier uur in de middag gemaskerd of verkleed op straat te zijn. Het alles te maken met de eerbiediging van de zondagrust en de daarbij horende kerkdiensten. Pas na het lof van drie uur kwam er beweging in het dorp. De vier slagen van de klok van het Stadhuis vormden de start voor het feest van de omgekeerde wereld. Van alle kanten kwamen Oeteldonkers gekostumeerd en onherkenbaar de Markt opgestoven. De Oeteldonkse elite deed dat het liefst vanuit de Pijp. Het vertrek vanuit de eigen woning maakte de kans op herkenning te groot. Het liefst kwamen ze dan als ‘vuilik’ tevoorschijn. Tussen die vuiliken was er echt ook nog wel verschil: redelijk propere en echte viezeriken.

De echten hadden een paar dagen vóór carnaval bij Utjens in de Visstraat, waar nu lunchroom Den Otter is, een aardewerk nachtspiegel gekocht. Op zondag vulde hij dat bier, peperkoek en worst en langs de randen van dat nachtelijke hulpmiddel smeerde hij mosterd. Om er zeker van te zijn dat hij toch maar vooral onherkenbaar zou zijn en blijven, trok hij een varkensblaas, met daarop kaantjes genaaid, over zijn hoofd. Bij voorkeur ging hij dan zo hotel Noord-Brabant, waar nu C en A is, en het naast gelegen hotel Central binnen. Eenmaal binnen waren lieden die er dineerden al snel het slachtoffer. De nachtspiegel kreeg een plekje op rand van hun tafel. Onder hun toeziend oog begon de vuilik aan zijn maal. Zijn eerste ‘lekkernij’ was de worst, die hij eerst door de smurrie in de nachtspiegel haalde om de traktatie af te ronden met een lik mosterd. De gasten in de horeca-etablissementen, die getuige waren van die schranspartij, hadden al snel gegeten en gedronken. De missie van de vuilik was geslaagd.

Rond acht uur ’s-avonds waren weer alle vuiliken, op een enkeling na, uit beeld verdwenen. De meesten hadden in de avonduren andere verplichtingen. In gezelschap van vrouw en kinderen trokken zij erop uit. Daarbij was die uitmonstering van ‘vuilik’ dan minder toepasselijk. Ook het mogelijk herkend worden in die kleding zou een ramp voor de familie hebben betekend. De enkeling die nog doorging, verdween om middernacht uit het straatbeeld. Diezelfde Algemene Politie Verordening verbood het om tussen middernacht en zes uur ’s-morgens onherkenbaar op straat te zijn. Zoveel decennia betreurt geen enkele Oeteldonker dat die taferelen uit het dorp vol tradities zijn verdwenen.

Tekst: Karel de Rooij