Martinus Bouman

Uit Oetelpedia
Versie door GerardCuppens (overleg | bijdragen) op 12 apr 2026 om 12:33 (Aanvulling zodat het totale artikel (verschenen in de Bossche Kringen) is vermeld, auteur Gerard Cuppens)
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
Martinus Bouman in:
Geïllustreerd Zondagsblad voor Katholieken.

Grondlegger van de Kunst der „Oeteldonksche emosie”

Gradje brengt een ode aan de grondlegger van de „Oeteldonkse emosie”
(artikel verschenen in de maart-editie 2026 van de „Bossche Kringen”):

„Muziek is emotie”. Dat weten Oeteldonkers als geen ander. Met tranen in de ogen wordt het Oeteldonks volkslied te gelegener tijd meegezongen. Wie was de componist van dit lied? Wie was Hanes Krassert? Daarover gaat onderstaand artikel dat een inkijkje geeft in het 11 x 11 + 11 + 11 = 143 jaar jonge lied...

Muziek beroert mensen in vreugd of verdriet. Het geeft een bepaald gevoel, dat bij een (speciale) gebeurtenis hoort. Zo ook bij ’t Carnaval en zeker bij ’t Carnaval in ’s-Hertogenbosch - in Oeteldonk! Dan heb je te maken met de „Oeteldonksche emosie”. Menig Oeteldonker kent vele liederen; neuriet of zingt ze zelfs uit volle borst mee. Dat is al zeker het geval bij het Oeteldonks Volkslied waarbij het hoofddeksel ter hand wordt genomen uit respect; uit emotie: „Oeteldonks emosie”. Wie heeft dit prachtstuk dan toch gecomponeerd? De namen 'Hanes Krassert' als componist en 'Driek Pakaon' als tekstschrijver daarbij kennen we uit de overlevering. Driek Pakaon als Veldwachter van Oeteldonk is ook nu nog een bekend personen binnen de Oeteldonkse gelederen: een lid van de familie Stolzenbach; in 1882 was er „dun urste”: Frans Stolzenbach.

Pronkjuweel

In het begin van de historie der Oeteldonksche Club van 1882 en daarmee de huidige Carnaval in de hoofdstad van Noord-Brabant bestond er nog geen pakkend Volkslied, zoals we het ‘Pronkjuweel’ der volksliederen nu kennen. In 1884 kwam dit lied uit handen van een zekere Hanes Krassert, waar onze Driek Pakaon mooie woorden aan toe had gedicht. Hanes Krassert als „Maotslaonder van den Oeteldonk” pende reeds wat carnavaleske muziekstukken op papier, ’t Grotte Spektaokelmarsch vond al plaats op „vastenaovensdag” 5 februari 1883. Blijkbaar ook een uitstekend pamflet dat tegen „60 cents” verkrijgbaar was bij „muziekhandel Mosmans”, zelfs voor heel Nederland!
Later componeerde Hanes Krassert ook de Oeteldonksche Marsch (1885) en Een avond in Oeteldonk (1887).

Terug naar het Oeteldonks Volkslied, dat voor het eerst ten gehore is gebracht op Carnavalszondag 24 februari 1884. Het werd aangekondigd in de advertentie bij „Het nieuws van den dag” op dinsdag 19 februari 1884. Hierbij wordt „Hanes Krassert” als componist genoemd. Een mooie traditie is geboren, die voortduurt tot op de dag van vandaag. De woorden van Driek Pakaon waren op papier gezet:

O, Pronkjuweel van heel deez’ Aard,
Ons dierbaar Oeteldonk,
Door niets en nimmer evenaard,
Geen naam, die schooner klonk! (bis)
Waar is op gansch het wereldrond
Een watervrij moeras,
Zoo schoon als, waar onz’ wieg eens stond,
De Oeteldonkscbe plas ? (bis)


Wat vruchtb’re akkers, rijk beplant
met knollen en radijs,
Wat bergen van het schoonste zand
in ’t Noordbrabantsch Paradijs ! (bis)
Een wijs bestuur, dat spreekt van zelf
voegt aan zoo’n lustwarand!
De Oeteldonkscbe „Raad van Elf”,
wordt gek haast van verstand ! (bis)


En eens in ’tjaar, met Carnaval,
viert men bij zang en glas,
eenjolig, prettig narrenfeest,
in ’t watervrij moeras ! (bis)
Bescberm, O Prins, de Carnaval,
dit Oeteldonkscbe feest,
Dan heerscht er vreugde overal,
naar lichaam en naar geest ! (bis)

Martinus Bouman

Hanes Krassert was een pseudoniem van Martinus Bouman. Hij werd geboren op 29 oktober 1858 in ’s-Hertogenbosch in een muzikale familie. Dat Martinus zich mengde in carnavalssferen, moge duidelijk zijn. Hij werkte al vroeg als muziekleraar. In 1883 gaat Martinus naar Utrecht en in 1887 gaat hij werken in Gouda. Hij componeerde verscheidene muziekstukken, Martinus werkte in beide plaatsen als muziekleraar en was tevens directeur van een muziekschool en enkele zangverenigingen. Hij ontmoette zijn geliefde vrouw Alida Hulstkamp uit Rotterdam, geboren 25 mei 1870. Ze trouwden op 20 juli 1893 in Rotterdam. Samen kregen ze drie kinderen: Louise Cato (geboren 22 mei 1894), Henri Johan (geboren 23 april 1896) en Martinus Antonius Marie (geboren 5 mei 1899).
Een mooi muzikaal gezin waar hij ook verder aan muziekstukken werkte zoals de opera’s De Tempeliers en Meilief van Gulpen. Martinus Bouman stierf op 11 mei 1901 in Gouda. Zijn pronkstukken blijven gelukkig bewaard en zeker vol „emosie” in de harten van menig Oeteldonker!

Alida Hulstkamp sterft op 20 november 1933 in Gouda, als eigenaresse van een muziekhandel, die passie daarvoor was gelukkig gebleven!

Eerbetoon

Als eerbetoon het krantenartikel dat gepubliceerd was in het „Geïllustreerd Zondagsblad voor Katholieken”, Uitgave van De Tijd en De Morgenpost:

Zondag 26 mei 1901 - Martinus Bouman †

Onze nationale muzikale wereld, met name de muzikaal-dramatische kunst, heeft een gevoelig verlies geleden door het, onzen lezers reeds bekend, afsterven van een componist, die menig toonwerk van betekenis schiep en wiens fris oorspronkelijk talent nog veel voor de toekomst beloofde, van den laatstelijk te Gouda gevestigde kunstenaar Martinus Bouman.

Bouman werd den 29sten oktober 1858 te ’s-Hertogenbosch uit katholieke ouders geboren. Veel aanleg voor muziek blijkende te bezitten, en dien weg ook op willende, was hij achtereenvolgens leerling van Van Bree en van Richard Hol, met welken laatsten hij vooral dweepte. Reeds in 1876, dus op 18-jarigen leeftijd, zag hij zich als leraar in de muziek aangesteld aan het klein-seminarie van Kuilenburg. Twee jaren daarna vestigde hij zich weder te ’s-Hertogenbosch en in 1883 vertrok hij naar Utrecht, aldaar benoemd tot organist van de Augustijnenkerk en tot directeur van de Utrechtsche Mannenzangvereniging, welke beide betrekkingen hij vier jaren daarna verwisselde met die van directeur der stedelijke muziekschool en van verschillende zangverenigingen te Gouda.

Onder de grotere toonwerken van Bouman, welke veel succes hadden, behoren genoemd zijn Leo-Cantate, waarvoor hij het kruis Pro Ecclesia et Pontice ontving, zijn Mis en, op profaan gebied, zijn Tempeliers, die een paar jaren geleden door de Nederlandse Opera meermalen werd uitgevoerd.

Zijn laatste toonwerk was weder een Opera, Meilief van Gulpen geheten, doch, om welke redenen dan ook, de compositie beantwoordde niet aan de verwachtingen der kunstwereld en viel. Bouman heeft aan een langdurige ziekte geleden, die, slechts door een kort herstel onderbroken, zijn krachtig gestel had ondermijnd en een operatie noodzakelijk maakte, welke den noodlottige afloop had, die gevreesd werd. Jammer, dat de mislukking van zijn Meilief van Gulpen de laatste dagen van den onbetwistbaar talentvoile man nog moest verbitteren. Ten minste, wie in die dagen met hem verkeerden getuigden, dat hij er diep onder leed.

De algemene deelneming, die zijn heengaan in alle muzieklievende kringen wekte, moge zijn achtergebleven echtgenote en kinderen troostrijke gedachte zijn.